5 jaar samen; de waarheid over man.

5….5…..VIJF jaar samen zijn we. Officieel één januari, officieus sinds begin december. Nu weten we allemaal dat ik er een bijzonder genoegen uit haal hem in mijn schrijven neer te zetten als half lulletje rozenwater, half emotieloze bruut.
De dagelijkse waarheid ligt vanzelfsprekend iets meer in het midden -maar leest ook minder lekker weg-, dus ik denk dat het nu dan echt tijd is voor “De waarheid over man; vijf jaar samengevat in afgewogen herinneringen die in mijn geval altijd alleen maar op de waarheid berusten”.
Het is een wat lange titel ja, maar agh, dat verdient hij ook wel.

* Man is slim. Hij doet niets liever dan met mij in discussie gaan, vooral omdat hij die meer dan eens wint.
Ja, het is waar en het staat hier zwart op wit; mijn man heeft doorgaans gelijk.
Het strijdtoneel bevindt zich meestal in de auto, bij voorkeur ritten die langer dan een uur duren. Bijvoorbeeld die ene keer dat het nummer Heaven, uitgevoerd door Do, voorbij kwam (en uiteraard snel werd verder gezapt).
“toch leuk voor Do heh, dat Bryan Adams dat nummer ook nog eens gecoverd heeft. Zal ze best aan verdiend hebben.” Kwekte ik opgewekt, niet wetend in wat voor afgang ik me zou storten.
“…..wat zeg je.”
“Nouja, ik bedoel, het is toch een soort van wereldartiest heh, die Bryan, en dat hij dan zo’n niksje uit Nederland weet te vinden met dr zeiknummer, is toch leuk!”
“….schat…..dat nummer IS van Bryan Adams. Do heeft hem gecoverd.”
“Niet”
“wel”
“niet”
“wel”
“niet waar, want ik heb ooit een documentaire gezien en die ging hier over.”
Arrogant en zelfverzekerd keek ik hem aan; wetend dat de documentaire of “een artikel in de HP/deTijd” doorgaans de truuk doet in onze discussies.
Ik heb hem nog nooit zo hard zien lachen.
Nadat ik het opzocht op Wikipedia vervolgden we onze rit zwijgend. Er was een lichte sluimerende hoop, ergens diep van binnen, dat hij deze faux pas door de vingers zou zien. Dat hij het niet tegen me zou gebruiken, dat het kan gebeuren allemaal, net als die keer dat ik er van overtuigd was dat je Gloria Estafan uitspreekt als Gloria Esteban (“de F is altijd een B hoor!”).
Niets is minder waar.
Het is nog altijd zijn favoriete verhaal over mij om te vertellen, het liefst tegen mensen die we net ontmoet hebben. De enige reden dat ik mijn afgang deel is om te voorkomen dat dit zijn begrafenisrede voor mij wordt, en de hele zaal lacht van het huilen over zoveel stupiditeit.
Wie had ooit gedacht dat ik aan Do mijn geloofwaardigheid zou verliezen.

* Mijn man is bijzonder heldhaftig. Nu zal zijn ruimvallend postuur daar aan mee helpen -ik denk toch dat iemand van 1.60 iets langer nadenkt over het volgende verhaal- maar het zal toch vooral karakter zijn.
Die zaterdagavond waren we dronken, zoals zó véél van onze zaterdagavonden de afgelopen vijf jaar (ja, met dat moederschap worden offers gebracht…) en fietsen kon ik nog steeds niet. Ik besloot dan ook in al mijn wijsheid over de stoep te gaan, luid gillend naar het weinige publiek op straat dat ik én niet kon fietsen én heel dronken was.
Classy as always, inderdaad.
Dacht het plukje mannen op de hoek schijnbaar ook, waarbij één mij uitschold voor “tyfusvarken”. (ok ok, het was nog wat heftiger zelfs). Man trapte verontwaardigd op de rem en priemde de vuilbekker met een vinger in zijn gezicht.
“noemde jij mijn vrouw nou een tyfusvarken?”.
Vuilbekker keek hem ietwat geschokt aan, en ook vrienden van vuilbekker schoven wat heen en weer.
Ik, drie meter verder, was enkel bezig met zinloos geweld scenario’s en probeerde de junk aan de overkant van de straat die niet meer recht kon lopen met mijn ogen te seinen dat hij zich klaar moest maken zijn leven te geven voor mijn man hier die de held aan het uithangen was…
weinig effect.
“Ja shit hey, ik weet ook niet waarom ik dat zei. Sorry. Sorry mevrouw”.
In shock en beduusd fietste ik naar huis, waarna ik al mijn vriendinnen appte over de heldhaftigheid van mijn man.
Oja, ik fiets sindsdien niet meer op de stoep.

* Ooit kregen we een auto-ongeluk. Ijsland heeft namelijk hele gladde wegen in de winter en best wel pittige sneeuwstormen. Wisten we niet.
We wisten ook niet dat met een automaat niet moet afremmen als je bergafwaarts in een slip raakt, omdat het dan enkel maar erger wordt en je uiteindelijk van de weg af klapt en tientallen meters verder pas tot stilstand komt tegen een rotsblok.
Man voelde zich verschrikkelijk en heeft nadat we in ons huisje waren afgezet door de politie de hele nacht gegoogeld op termen als “hoe een ongeluk te voorkomen in Ijsland als het sneeuwt en glad is en je eigenlijk nog nooit echt in een automaat hebt gereden”.
De eerste en enige keer dat ik hem onzeker zag.
De rest van de vakantie bestookte hij mij met alle wijze lessen die hij van het internet had opgestoken over deze zeer specifieke materie waarbij hij me verzekerde dat het nooit meer zou gebeuren.
Het gebeurde inderdaad nooit meer, en ik heb door het hele gebeuren jarenlange munitie opgebouwd. Niets voelt immers beter dan bij eender welke discussie waarbij ik op de verliezende hand ben de “nou en, jij kan toch niet rijden” kaart te trekken.

* Tot doorgaans zeer grote verbazing van de mensen die het nog even dubbelchecken zijn de verhalen die ik hier schrijf allemaal echt gebeurd en bovendien ook niet eens zo héél overdreven aangedikt. Ik ben daadwerkelijk een hysterisch wijf, en vóóral in de comfort of my own home. Dit vraagt van man stalen zenuwen, een gigantisch incasseringsvermogen en bovendien de kwaliteit van het negeren.
Zo haal ik er al jaren een genoegen uit in de ochtend met hem te praten. Om een uur of zes om precies te zijn, op zaterdag, als ik al een paar uur niet heb geslapen en vol zit met vragen en verhalen. De afspraak is dat man dan enkel met “ja”en “nee” hoeft te antwoorden, maar in de praktijk is dit gewoon héél érg lástig voor mij om te onthouden en kan ik…nouja gewoon wat doordenderen.
“Als je moest kiezen, zou je dan liever Mitchel genoemd worden offffffffff Nicky??”
“…”
“Als je het dan afkort is het Mitch of Nick. Maar Nick rijmt op pik en Mitch is een snitch dus dat is ook niks. Je mag ook zeggen dat je liever Jacqueline heet, maar daar rijmt weer laat je tieten zien op en dat is toch een beetje gek voor een man heh”
“Ja.”
“Ja, dus zullen we dan toch voortaan maar voor Mitchel gaan? Heh Mitch, Mitchie, Mitchiepitchiepoepchinees??? Nu moet je ja en nee zeggen heh, want het is een ja of nee vraag”.
“Nee.”
En man?
Man lazert me niet het bed uit op deze momenten. Besluit niet dat het klaar is met al die ongein, dat het toch typisch is dat als zijn vrouw weer eens een nacht niet heeft kunnen slapen hij daar ook het slachtoffer van wordt. Man zucht, draait zich nog eens om en maakt afspraken met me alsof ik een 5-jarig kind ben (“nu doen we dat je dan een kwartiertje je mond houdt”). En hij houdt nog steeds van me.
Wat een vent heh die Mitchiesnitchie.

* Man is boven alles wars van opgelegde emoties. Een jankerd is het sowieso niet (aan één hebben we er wel genoeg) en de grote levensgebeurtenissen gaan doorgaans wat langs hem heen. Zo wordt met enige regelmaat aan hem gevraagd hoe hij de bevalling heeft ervaren; vond hij het ook zo heftig, zijn vrouw in pijn en hij die niets kan doen?
“neuh, hoezo? Ik heb sowieso het grootste deel beneden gezeten en Arrested Development gekeken, vond ze fijner joh. Nee ik vond het wel prima allemaal hoor!”
Ook de bruiloft vond hij “leuk, lekker feestje was het hoor”. Als ik vraag naar zijn meest emotionele moment die dag denkt hij vooral terug aan het moment dat ik hysterisch huilend de trap afkwam, mijn vriendinnen er snuffend omheen.
“dat was wel ongemakkelijk hoor”.

En dat is ook waarom de vijf jaar voorbij zijn gevlogen. Omdat hij vooral heel stoer is en stabiel en zeker. Omdat dat is wat ik als labiel type nodig heb; iemand die over de hele wereld zijn schouders ophaalt en zich omdraait en gaat slapen.
Op naar de komende 100 jaar.