Mijn blindedarmontsteking en ik.

Spijbelen. Weinig mensen denken later terug aan alle moeite die ze in hun middelbare school periode hebben gestoken in het bedenken van de perfecte smoes om onder een les uit te komen. De nageschreven tandartsbriefjes waar je uren op zwoegde, de neptelefoontjes die je pleegde als ware het je moeder; pas nu ik het noem komt het weer in je op.
Ik draag mijn daily reminder hieraan echter trots met me mee.

In de eerste klas werd je op mijn school met haviksogen gevolgd; weinig spijbelen aan. In de tweede klas begonnen mijn beste vriendin en ik ruimte te zien; de school had ons in aparte klassen gezet, wat betekende dat we ons individueel ziek konden melden. Zij toog dan ook als eerste naar de conrector en met succes; haar geveinsde ziekheid werd als echt gezien en ze mocht vertrekken. Vol goede moed volgde ik tien minuten later, maar mijn acteerspel bleek niet voldoende.
“Ik heb echt heel erg buikpijn”
“Dat zal, maar je gaat niet naar huis”
“maar ik ben écht héél érg ziek!”
“Dat was je vriendin net ook. Je blijft”
Teleurgesteld droop ik af. Mijn vriendin smste me vanuit de stad; waar bleef ik? Ze had al patat besteld. Ik wist; dit keer zal ik álles in de strijd moeten gooien.
“Meneer, echt, ik heb me nog nooit zozozozo ziek gevoeld” snikte ik, dikke tranen over mijn wangen rollend. De conrector trok zijn wenkbrauw diep zijn haargrens in.
“Ok, dan mag je je moeder bellen dat je naar huis komt”
“oh, ja dat zou ik heel graag doen, maar ze heeft geen mobiel en is op haar werk”
“Dat geeft niet, ik heb het werktelefoonnummer hier staan”
Ik was met stomheid geslagen; de beste man had mijn moeder haar werknummer; waarom?! Het duurde nog jaren voor ik te horen zou krijgen dat ze wekelijks contact met elkaar hadden over mijn reilen en zeilen op school.
“Hoi mam, ik ben heel erg ziek”
“ok, ik verwacht je over een half uur thuis en dan bel je me vanaf de huistelefoon”.

Missie mislukt, ik faalde in ieder opzicht. Maar aangezien thuis liggen alsnog beter klonk dan naar wiskunde gaan kroop ik toch maar onder een dekentje op de bank, onderwijl Oprah kijkend. Toen mijn ouders thuiskwamen wist ik dat ik de act nog wel wat vol moest houden; een preek van hen was nog vele malen erger dan van de conrector.
“waar heb je pijn?”
Me vaag iets herinnerend van Catootje en haar litteken wees ik rechts onderin mijn buik aan (voor de kijker links), hopend dat ik de plek goed had.
“Dat is haar blindedarm” zei mijn vader ferm “ze moet naar de dokter”
“welnee” zei mijn moeder “ze stelt zich aan, en je blindedarm zit aan de andere kant”
De medische encyclopedie kwam op tafel en ik zag mijn moment schoon. “Ik ga hier dooohood en jullie reageren zooooooo traag dat het straks jullie schuld is”. Ik was best tevreden met mijn optreden.
Mijn moeder klapte de encyclopedie hard dicht. “Ok, het is je blindedarm; we gaan naar de dokter”.
Shit.

De dokter drukte met zijn volle gewicht op mijn lichaam, om het vervolgens los te laten.
“doet dat pijn?”
Ik vermoed dat het bij iedere kleinzerige 14-jarige pijn doet als je met 90 kilo op haar gaat hangen, dus meer dan een snauwend “ja natuurlijk” kwam er niet uit. De dokter peinsde en twijfelde.
“Sja, ik weet het niet zeker…ze moet toch maar even naar het ziekenhuis”.
Enerzijds was ik verrukt; wat een aandacht voor mijn spel! Anderzijds; het ziekenhuis…dat is toch wel weer een hoop moeite voor het missen van wiskunde. Maar terugkrabbelen was geen optie.
In de auto kletste ik volop, mijn zenuwen nauwelijks verbloemend. Mijn moeder draaide zich halverwege de rit met een ruk om; “je weet echt héél héél zeker dat je pijn hebt heh? En dat we dit niet doen omdat je je aanstelt?”. Ik knikte heftig; jaja, ik ging echt nog steeds dood mam. Tot het ziekenhuis voor me opdoemde.

Bloed werd afgenomen, testen werden gedaan, en ik werd stiller en stiller. Straks zou ik door de mand vallen en mijn ouders kennende zou de straf niet meevallen. Dat werd héél lang geen patat meer eten in de stad met vriendin. De zuster kwam binnen met het oordeel, en ik liet mijn hoofd er alvast passend naar hangen.
“we zijn er niet overtuigd van of hij nu wel of niet ontstoken is. Dus we halen hem er maar uit”.
Shock. Paniek. Wat??? En waarom had ik ineens wel vage steken rechtsonderin? Wanneer moest ik dan geopereerd worden?
Direct, zo bleek.
Diezelfde avond werd ik geopereerd, en aangezien ik al had gegeten werd verwacht dat de narcose niet mee zou vallen. Mijn moeder mocht dan ook blijven. Een helse nacht volgde, zonder blindedarm maar met genoeg misselijkheid om de hele afdeling wakker te houden. Vroeg die ochtend kwam de zuster weer langs.
“je blindedarm was inderdaad ontstoken. Goed dat je het voelde hoor, want het was heel lichtjes!”
Tussen het overgeven door keek ik mijn moeder grijnzend aan.
“ik zei toch dat ik dood ging”.

Het bleek mijn wildcard op school te worden; als ik maar langs de conrector zijn kantoor liep schreeuwde hij al naar me dat ik naar huis mocht, zonder dat ik ook maar iets gevraagd had. Hij bleek de schaamte van het op school houden van een ziek kind lastig te kunnen handelen; mijn vriendinnen waren jaloers dat het me zo makkelijk afging.
Op mijn ouders had het minder effect; zij bleven het dramatische kind zien wat ik altijd was geweest.
Maar mijn moeder weet nu iniedergeval wel waar je blindedarm zit.