Als je schoonmaakwoede voor een huwelijksaanzoek ziet

Ik wil trouwen.
Dit heb ik vriend in al mijn tact laten merken; zo heb ik mails gestuurd met allemaal verlovingsringen die ik mooi vind, stuur ik filmpjes door met over-the-top-maar-oh-zo-romantische flashmobs en vraag ik ongeveer dagelijks hoe het ervoor staat.
Subtiliteit is nu eenmaal nooit mijn ding geweest.

Ik voelde aan alles dat mijn aanzoek eraan zit te komen. Mijn gezeik had inmiddels een hoogte (of diepte) punt bereikt dus het was overduidelijk; ik ging het aanzoek van mijn dromen krijgen.
Er is ook weinig anders waarover ik het kon hebben, thuis of op mijn werk. Drie weken geleden, het was een vrijdag, vertelde ik dan ook in geuren en kleuren de laatste verlovings-update tijdens de lunch met collega’s.
“hij zegt dat hij me sowieso niet met Valentijnsdag gaat vragen” verkondigde ik wat sip, terwijl ik een broodje wegdouwde. Mijn collega’s, die al een maand horendol werden van alle verhalen, keken me toch maar weer begripvol aan. Die ene over-optimistische collega veerde op;
“misschien zegt hij dat juist wel gewoon om je om de tuin te leiden!”
een zestal verwachtingsvolle ogen keek me aan. Zou het kunnen…?
Ik dacht lang en diep.
“Neh, das niks voor hem”.

Al mijn sussende gedachten ten spijt, het zaadje was geplant. Wat als, wat als, wat als dreunde het door mijn hoofd. Zou hij?
“Ik neem je morgen mee uit eten”, sprak vriend beslist die zaterdag. “Ik heb al een restaurantje uitgekozen”.
Ik knikte wat, en probeerde zijn gezichtsuitdrukking te peilen. Nog weinig in te ontdekken. Ik besloot dat zondag een betere dag was om te bezien of hij bijbedoelingen had.
Ziek zijn is flut met Valentijnsdag, zo bedacht ik me toen ik in de middag en met een hoofd vol snot wakker werd. Terwijl ik me van het bed naar de bank verplaatste was vriend noest bezig met rommelen in huis. Het verplaatsen en opruimen was me welbekend, het schoonmaken alleen minder. Hele pakken schoonmaakdoekjes -normaal mijn favoriet- gingen er doorheen.
“Wat ben je aan het doen?” vroeg ik verbaasd na een halfuur, me toen pas beseffend dat dit de eerste keer was in dik twee jaar dat ik hem zo fanatiek bezig zag.
“Gewoon, ik wil dat het netjes is.”
Mijn ogen begonnen te stralen, ineens doorzag ik zijn plan; hij was natuurlijk het huis aan het schoonmaken voor alle mensen die straks stiekem in ons huis zouden komen! Ik besloot niets te laten merken van mijn briljante ingeving.
“Ben je zenuwachtig?” kon ik toch niet laten te vragen, een uurtje voor ons etentje.
“Nee, hoezo?”
Ik gaf hem nog net geen knipoog maar keek hem enkel stralend aan.
Wat hield hij het toch goed vol.

Ik zou je niet meer kunnen vertellen hoe het eten smaakte. Ik was alleen maar bezig met zijn aanzoek, wat toen immers nog maar een uur of twee weg was. Hij at, en dronk een biertje (vast tegen de zenuwen!) en ik keek wat wezenloos om me heen.
“Ik pak nog even wat fruit uit de koelkast in de kelder” riep vriend, terwijl hij in het portiek de trap naar beneden nam “ga jij maar alvast naar boven!”
Ik slaakte nog net geen gilletje. Ik huppelde naar boven, haalde drie keer diep adem, deed mijn haar nog even goed; ik moest natuurlijk wel goed op de filmpjes en foto’s staan die nu vast genomen werden als ik in dat huis vol met kaarsen, bloemen en bekenden zou stappen.
Ik gooide de deur open met tranen die al bijna over mijn wangen liepen…
Niks.
Alleen de leegte van een opgeruimd huis wachtte op me.
Vriend stapte achter me het huis binnen, in zijn armen pakken diepvriesfruit.
“Ik trek mijn joggingbroek aan! Moet ik die van jou ook pakken?”
het was eruit voor ik het wist.
“Waar zijn de mensen om foto’s te maken van je aanzoek??!!”
“Aanzoek? Ik had toch al gezegd dat ik het vandaag niet ging doen?”
Ik moest heel hard snikken, die ene Valentijnsdag drie weken geleden.

Inmiddels ben ik verloofd (zonder flashmobs, camera’s of hysterische taferelen), en dat is maar goed ook;
er is weinig zo stressvol als wachten op een verloving.