Burgerlijkheid en het puberborstje

Vrijdag was een glorieuze dag; vriend en ik brachten weer eens samen een bezoekje aan Zuidplein. Nu staat dat altijd garant voor dolle pret en ook die dag was dat niet anders. Terwijl ik vriend nog net mee wist te sleuren naar een tweede winkel (“echt waar, dat is de laatste!) kruisten we het stel.

Ze konden niet ouder dan zestien zijn; zij waarschijnlijk iets jonger, maar dat wist ze keurig te verbloemen door de dikke laag eyeliner én lippenstift. Hij puistjes, tunnels en het onmiskenbare slungelige lichaam waar iedere puber zichzelf om vervloekte. Het was duidelijk dat zijn lengte zijn breedte al lang geleden had ingehaald want hij was láng. Zij niet, en het lengteverschil tussen hen moet dan ook ongeveer even groot zijn geweest als bij vriend en mij. Net als bij ons had hij een arm om haar schouder heen geslagen en had zij haar hand losjes om zijn broekrand. Net als bij ons, er was alleen één verschil;
Terwijl ze over Zuidplein liepen hield hij haar rechterborst vast met de hand die van haar schouder naar beneden bungelde. Heel relaxed, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Ineens begon ik aan mezelf te twijfelen; was het niet ook heel normaal? Had ik niet net een trend gemist, en moest vriend niet gewoon hetzelfde doen?
Ik keek nog maar eens, maar dan beter, en zoomde gefascineerd in op die hand die heel bezitterig het puberborstje omsloot, alsof het altijd zo had moeten zijn. De jongen keek terug, hooghartig en arrogant, alsof hij ieder moment naar ons toe kon lopen om vriend opzij te douwen om zijn hand om míjn borst te sluiten. Ietwat betrapt trok ik vriend snel mee richting winkel, omkijkend of hij niet toevallig achter me aan rende om alsnog de daad bij de blik te voegen.

We sloten ons bezoek aan Zuidplein af en vervolgden onze weg, naar de Ikea voor de verandering. Ineens voelde ik alle burgerlijkheid omhoog komen en greep het me naar de keel.
“Zou je soms weer zestien willen zijn?” vroeg ik vriend, terwijl ik naar buiten tuurde.
Vriend was even stil. “Neuh, dat geloof ik niet, jij wel?”
“Nouja, ik bedoel meer, zou je soms niet willen dat je niet een serieuze baan had, of een groot koophuis, of zwanger, of een bruiloft die je moet plannen, of vriendinnen met allemaal echte problemen in plaats van of ze hakken of platte schoenen moeten dragen naar een feestje??”
“Ik heb een beetje het idee dat je het over jeze…”
“En zou je soms niet een zomer lang als propper op Blanes ofzo willen werken, of weet ik het waar ze nu naartoe gaan om zich van God los te zuipen, en dat je dan weer met zes verschillende mensen zoent zonder dat je weet hoe ze heten?”
“ik geloof niet dat ik dat ooit ged…”
“nouja ik ook niet hoor.”
Ik keek weer naar buiten. Grote gele letters tegen een blauwe achtergrond doemden voor ons op, net als het besef dat ik nu eenmaal 29 was én zwanger én nu weer een confrontatie over keukens aan moest gaan.
“Maar ik zou het wel leuk vinden als je afentoe mijn borst beetpakt in de Ikea”.