De dag dat vriend ineens een weigeraar werd (of personal trainer).

Picture this; zo’n grote hoek-relax-nooit-meer-uit-te-komen bank waarbij vriend en ik allebei een lang zitdeel hebben. Belangrijk in deze visualisatie: ik zit aan de binnenkant.
Zo’n binnenkant waardoor het heel lastig is op te staan. Echt waar. Ik moet dan over vriend heenklimmen en klauteren, en als ik bijvoorbeeld drinken in mijn handen zou hebben dan zou ik dat overal morsen.
Ondoenlijk.
“mag ik een colaatje?” vroeg ik hem dan ook afgelopen zaterdag. Niks nieuws; op een normale dag vraag ik het hem zo’n tien keer per dag.
“Nee”, antwoordde hij, kort maar beslist.
Ik keek hem met grote ogen aan; “maar ik heb dorst!”
“Ja. maar ik heb besloten dat je voortaan zelf je dingen gaat pakken.”
Het voelde als verraad. De start van een crisis.

Vriend ziet zichzelf graag als een sportieve boy.
Voor de duidelijkheid; dat is hij niet. Hij fietst heen en weer naar zijn werk en voetbalt voor datzelfde werk eens per week met “zijn” bewoners. That’s it.
Toch snap ik wel waar hij zijn fantasieën over het zijn van een jonge sportgod vandaan haalt; hij woont samen met de meest luie vrouw die ooit voet op deze aarde heeft gezet, en naast mij lijkt iedereen ineens een #fitgirl of #fitboy.
Toch waren er nooit problemen tussen ons op dit gebied en dacht ik zelfs dat we een redelijke consensus hadden bereikt over mijn luiheid, en de offeringen die hij daarvoor moest brengen-zoals alles in het huis voor mij pakken.
boy was I wrong.

“Weet je nog toen we laatst naar Ahoy fietsten?” ik denk dat hij me doordringend aan probeerde te kijken, maar ik was druk bezig mijn blikje cola open te maken; hij had besloten dat het zware gesprek beter gevoerd kon worden als ik wél gewoon dat blikje cola in mijn handen had. Ik ging uiteraard voor de stille verdediging en keek vervolgens een beetje vooruit, maar ja; ik weet nog toen we laatst naar Ahoy fietsten. Ahoy ligt op ongeveer spuugafstand van ons huis, zo’n twee kilometer. Eenmaal daar aangekomen was ik op sterven na dood en kon ik alleen nog maar hijgend “waterrrrrrrr” uitstoten. De rest van het bezoek heb ik enkel opgezien tegen de weg terug, waarna ik bij thuiskomst mezelf dramatisch op de bank liet vallen, iets gillend in de trant van “zeg dat je van me houdt nu het nog kan, want ik ga zéker nu dood”.
Het was niet mijn beste vertoning nee.
“en laatst die toneelvoorstelling? Komop schat, dat kon echt niet”.
Ik was het helemaal met hem eens dat die voorstelling niet kon -die was echt om te janken zo slecht, een uur van mijn leven wat ik nooit meer terugkrijg-, maar ik vermoedde dat hij doelde op de 6 trappen die we eerst op moesten lopen om bij het kleine achterafzaaltje te komen.
6 trappen.
Het was verschrikkelijk, ik weet nu hoe de beklimmers van de Kilimanjaro zich moeten voelen. Ik heb ook nog nooit zo vaak het woord “tering” gebruikt.
Het was niet fraai nee.

Ik zucht. En zucht nog eens diep. Het is tijd om de good ol’ gewrichten er maar eens in te gooien, al vijftien jaar mijn favoriete excuus.
“je weet dat ik het aan mijn gewr…”
“je gewrichten ja. Dat heb je. Waarover alle specialisten zeggen dat je moet zwemmen? Of fietsen? Of iniedergeval bewegen? Die gewrichten toch?”
“ja…nouja…ik loop ook écht heel veel op mijn werk en..”
“je hebt een kantoorbaan”
“ja nou en ik heb de hometrainer”
“de hometrainer die er een half jaar geleden móest komen? Omdat je ging werken aan je gewrichten? En die nu dienstdoet als kapstok?”
“ja..nou, tis gewoon erg lastig met mijn gewrichten hoor.”
“Dat is het ook. En omdat ik graag heel oud met je wil worden zonder dat ik je ooit vooruit moet duwen heb ik iets besloten. Ik sta niet meer voor je op als je het zelf kan doen. Ik haal geen drinken meer voor je, loop niet meer naar boven om je neusspray te pakken, naar de kelder om nog meer cola te halen…het is klaar. Je conditie en gewrichten moet beter worden en dit is stap één.”

Ik mompelde een hoop na zijn statement. Over wie hij dacht dat hij was enzo. Over of hij zichzelf nu ineens als een of andere sneue personal-trainer zag. Uiteraard heb ik er nog een stuk of drie keer een gewichtsdingetje van gemaakt, waar niet op werd gehapt en heb ik nog zeker vijf keer iets over mijn gewrichten geschreeuwd, waarbij ik ook nul op rekest kreeg.
Het lijkt erop dat vriend mijn conditie gaat verbeteren, of ik dat nu wil of niet…wordt dus ongetwijfeld vervolgd.
En nu ga ik mijn ontbijt maken. In de keuken. Wat best ver lopen is.