De kat in de zak en het roze huilshirt

Spreekwoorden: (1914) Een kat in den zak koopen, d.w.z. iets koopen zonder het gezien te hebben; bedrogen uitkomen;
Ze hebben me gezien, de mannen die ooit verliefd op me zijn geworden. Echt. Allemaal wisten ze me te vertellen dat ze me “zo lekker stoer vonden”. Stoer, zo’n beschrijving die mensen vaak gebruiken als ze me niet goed kennen. Handenwringend zullen mijn vriendinnen het steeds gadegeslagen hebben, zo’n man die een meisje versiert wat lekker stoer is, wachtend op mijn downfall. Ze zijn allemaal bedrogen uitgekomen.

Want inderdaad; ik kan me zo lekker tough opstellen. Het grote “I don’t give a fuck” straalt er vanaf, en 9 van de 10 keer meen ik dat nog ook. Echt. Aan de andere kant zit er echter een heel klein meisje, wat niets liever doet dan hele dagen door huilen. Heerlijk vind ik dat; snotteren en zwelgen, me op iemand zijn schoot werpen en huilen alsof de Maas gevuld moet worden.
Maar dat laat je natuurlijk niet direct zien, zeker niet als je juist geroemd wordt om die bikkelharde uitspraken van je. Ook bij vriend was dat niet anders, heerlijk vond hij het, zo’n lekker down to earth type. Dus hield ik de rol vol, ik had immers nog nooit iemand ontmoet waarvan ik zó graag wilde dat hij mij net zo leuk zou vinden als ik hem. Iedere dag zag ik hem, cool reagerend op alle situaties die op me af werden geschoten; ik was een vrouw van de wereld. Vriendinnen bemerkten dat ik het hele uur volhuilde dat ik ze snel tussendoor zag voor een lunch; tranen opgespaard? “jaaahaaa” snotterde ik, “dit is gewoon de nieuwe mij, ik huil gewoon niet meer zoveel…nouja alleen nu dan even”.

Een zaterdagochtend, zo’n vier weken in de datetijd. We waren even langs een vriend van vriend gereden, die een miskoop doneerde, een roze shirt met een veel te diepe V-hals. Vriend was compleet verguld; het mocht dan wel een shirt zijn waar hooguit Gerard Joling mee weg zou komen, het zat héérlijk. “Dit wordt mijn thuisshirt”, glunderde hij, terwijl we ons op de bank installeerden voor een lange zaterdag Netflix- dat is immers wat je doet als de dateperiode op zijn einde loopt; Netflix installeren en alle kilo’s die eraf zijn gevlogen in de eerste periode er weer bij-eten, kijken of het stand houdt-.
Ik knikte een beetje afwezig op al zijn enthousiasme. Vier weken niet huilen wanneer ik dat wilde begon zijn tol te eisen, en ik had me al kranig moeten verweren in de Albert Heijn toen mijn favoriete chipjes er niet waren.
Derek was de seriekeuze, en dan niet die foute Duitse Detective die semi-geil de lens in kijkt. Derek, de serie van Ricky Gervais; een komedie inderdaad, en niet erg emotioneel.
37 keer.
Ik heb die dag voor het eerst gehuild bij vriend, en ik heb het 37 keer herhaald. 37 keren waarbij ik me bovenop hem stortte om heel hard huilend uit te grienen dat “het zo’n leuke serie is” of een “ik ben zo gelukkig met je”. Vriend wist niet waar hij het zoeken moest. Zijn vers gebombardeerde roze thuisshirt was veranderd in een roze huilshirt inclusief grote mascaravlekken en snotklodders en hij had geen idee wat er aan te grondslag lag. “Wat is er toch schatje” riep hij rondom de 15e keer uit, wanhopig zoekend naar zakdoekjes zodat ik me niet weer op dat hoekje van zijn shirt zou storten. “Niks”, wist ik uit te brengen, “ik ben gewoon helemaal niet stoer en huil veelstevaak”.
Het moet zijn ingeslagen als een bom; hij had een kat in de zak.

Schattig. Dat vind hij me als ik weer eens mijn tranen over hem uitstort. Vaak begint hij midden in zo’n sessie heel hard te lachen, om uit te roepen hoe verschrikkelijk schattig ik ben als ik weer eens moet huilen omdat ik zoveel zin heb in het feestje morgen. Want huilen om nare dingen doe ik zelden; ik heb gelukkig een heel leuk leven. Ik huil gewoon omdat het me zo heerlijk oplucht, zeker 10 keer per week. Doorgaans duurt het zo’n 30 seconden, waarbij een knuffel volstaat. En dat geeft helemaal niks weet ik, mijn man blijkt een schattig vriendinnetje nog veel leuker te vinden dan een stoere chick.

De mascaravlekken zijn inmiddels compleet ingetrokken in het roze, verwassen shirt. Als hij thuiskomt van werk en ik zit met een pruillip op de bank rent hij snel naar boven “Laat me eerst even mijn huilshirt aantrekken!”. Groot gelijk heeft hij; één verziekt shirt is wel genoeg.