De pil en de prullenbak

“…doe mij maar twee frikandelbroodjes…”
we stonden bij de bakker en vriend tuurde door het ruitje waar alles lag uitgestald. Na rijp beraad met zichzelf besloot hij dat dat alles was en draaide zich om naar mij;
“wat wil jij?”
“een baby.”
De vrouw achter de toonbank schoof wat ongemakkelijk heen en weer. Vriend keek me bewegingsloos aan.
“Schatje…”
“ja nou, dat wil ik het allerliefst. Maar als je me dat niet nu kan geven, doe dan maar een puddingbroodje”.

Het waren de twee neefjes, die in drie weken tijd geboren werden; aan iedere kant van de familie één. Ineens had ik fantasieën die ik daarvoor nooit eerder had gehad; over hoe ik mijn zus even af zou leiden en gewoon de baby mee zou nemen bijvoorbeeld. Ik begreep zelf ook wel dat dat niet heel praktisch was -ze zouden me te snel gepakt hebben- maar het zaadje was geplant. Bij vriend had het iets meer voeten in aarde dan die éne opmerking bij de bakker, zo bleek.
Ik besloot er dus ook maar de hele autorit over te praten.
En tijdens het avondeten.
En onder de film, waarbij ik allang niet meer oplette.
“Ok.” besloot vriend, na monoloog nummer 30, “we gaan ervoor”.
Ik was zo gefocust op mijn eigen verhaal dat ik hem eerst niet eens had gehoord.
“Hallooooohoooo,” onderbrak hij me dan ook; “we gaan ervoor!”.
Met trillende lip keek ik hem aan. “Als je me de afgelopen twaalf uur had laten praten had ik dat al direct kunnen zeggen” zei hij, terwijl ik mijn tranen weer beledigd terugtrok. Alsof ik alleen maar aan het praten was geweest.

Met een schok kwam ik overeind;
“dan moeten we samen mijn pil weggooien!” riep ik verrukt uit.
Vriend zette de film zuchtend wederom op pauze
“we moeten de pil weggo…”
“ja weggooien. Samen. Dat is een ritueel en doet IE-DE-REEN. Koooohhooommm!!”
Ongeduldig sleurde ik hem overeind. Ik positioneerde hem voor de prullenbak zoals ik het altijd voor me had gezien, en griste mijn pil uit de badkamer. Ik pakte zijn hand en keek hem plechtig aan.
“nu moet je iets wijs zeggen” zei ik, terwijl de tranen wederom opwelden.
“iets wijs??”
“jaaahaaa iets wijs. Iets filosofisch ofzo. Dat doet echt iedereen hoor, je moet dit wel serieus nemen, dit is een heel belangrijk ritueel”.
Ik klemde de pil in mijn hand en pakte zijn handen beet, plooide mijn gezicht in de serieuze houding en keek hem diep in zijn ogen, die nog steeds..sja…verward stonden.
“nou ok..euhm…op hoop van zegen dan maar??”
“op hoop van zegen? echt??”
“ja schat weet ik veel? Wat zeggen anderen dan?”
“ja nouja, weet ik ook niet hoor. En je hebt het nu al gezegd, dus laten we hem maar weggooien”
Ik sloeg met mijn voet op het pedaal en de bak schoot open.
Zwijgend staar ik de leegte in.
“er zit geen zak in” zucht ik, terwijl ik terug sjokte naar de bank,
“gooi jij hem buiten effe weg??”

Dertien weken zwanger ben ik inmiddels. Debiel, zelverzonnen, kinderachtig; allemaal waar als het op het prullenbakritueel aankomt.
Maar toch geloof ik dat het stiekem wat geholpen heeft.