De relbejaarden bij André Rieu

Er zijn een hoop dingen die mensen waarschijnlijk nooit van mij zullen begrijpen. Het feit dat ik Pulp Fiction een overgewaardeerde flutfilm vind maar the Naked Gun reeks dan weer tot de beste van de wereld vind behoren achtten bepaalde mensen gekmakend bijvoorbeeld. Nog veel meer vragen roept het echter op dat beste vriendin en ik graag naar André Rieu gaan.
Dat vind ik dan weer heel gek.

André Rieu -en ik zal het kort houden- is namelijk de held der helden. Met zijn guitige oogjes, zijn zwoele zachte G en zijn ongetwijfeld geverfde manen kan hij niet enkel heel bejaard Nederland in vervoering brengen, maar dus ook twee 30-jarigen. Want klassieke muziek, dat vinden we mwoah. Daar kennen we niets van. Dat is saai.
Tot André met zijn toverstafje zwaait, en je ineens alles in volle edoch ingetogen borst mee kan neuriën, je meegevoerd kan worden met Ravel, Shostakovich en Strauss en je natuurlijk als klap op de vuurpijl ook nog eens kan walsen als een pro. Beste vriendin als ze is kocht mijn vriendin kaarten naar aanleiding van deze post, en nu vertrokken we gister dus alweer voor de derde keer. Mijn advies als je ons niet begrijpt? Eerst eens zelf gaan voor je gaat zeuren.

Na een lange autotocht en natuurlijk vier uur op een terrasje ergens in Maastricht, togen we opgewekt weer naar het Vrijthof. We zochten ons plekje op ergens tussen de stoeltjes op rang 4 (alles leuk en aardig, maar meer dan €60 de neus is het ook weer niet waard joh) om daar tegen de verrassing van ons leven aan te lopen:
Een sleutelhanger.
Niet zomaar een sleutelhanger natuurlijk, maar een sleutelhanger met het hoofd van André Rieu erop gedrukt, en EEN LICHTJE ER IN!!!!
Beduusd van deze vernuftige technologie hadden we niet door welke diepe teleurstelling ons te wachten stond; er bleek alleen op mijn stoeltje een gedenking van onze diepe liefde geplaatst te zijn; stoel van vriendin was leeg.
Not on our watch, zo dachten we, en met een strijdlust Rotterdammers niet vreemd togen we naar de merchandisestand.

Ik besloot maar meteen met de deur in huis te vallen, wetende dat die Limburgers daar nog wel eens van onder de indruk kunnen zijn.
“Meneer er heeft zich een kleine ramp voltrokken; ik heb wel een sleutelhanger van de Dré, en zij niet terwijl we allebei superdupergrote fans zijn.”
De minstens zo guitig als André kijkende man keek ons eerst zuchtend, en toen bijna verdrietig aan.
“Jaaaaa, dat is inderdaad een kleine ramp; ze leggen slechts om de zes stoelen een sleutelhanger neer heh. Das leuk, kan je een beetje wapperen met dat ding tijdens zo’n liedje. Maarja, dat trekken die bejaarden niet…”
We hoorden de dreiging in zijn stem, slaakten een gilletje, en kropen iets dichter naar hem toe. De man nam rustig zijn tijd, om zich heen kijkend of er geen undercoveragenten rondliepen.
“Rellen…” vervolgde hij op fluistertoon… “ik heb rellen gezien, dat wil je niet geloven. Die oudjes vechten om die sleutelhangers alsof hun leven er van af hangt.”
Ongemakkelijk schoven we heen en weer, waarbij ik mij ineens pijnlijk bewust was van de blinkende sleutelhanger aan mijn sleutelbos en het gevaar dat hiermee samenhing. Ik borg hem diep in mijn tas.
“Maarrrrrrrrrrrrr, om de ergste ongeregeldheden te sussen heb ik er altijd één extra in het laatje hier liggen. Wel een special edition, heul gewild. Je mag hem hebben, maar je pikt hem dan dus wel een soort van van een bejaarde heh”
We knikten heftig, de ethische afweging razendsnel in ons hoofd gemaakt. Hij overhandigde de nóg mooiere sleutelhanger met een plechtige blik.
“Eennneeuuuuuh die pareltjes daar..” knikte ik, doelend op het paar ovenwanten aan de muur waarop het gezicht van mister Rieu gedrukt stond. “verkoopt dat nou nog een beetje??”
“Mwoah, hier in Nederland niet; aan Nederlanders verkoop je nog geen schroef, die willen alles gratis. Net als jullie natuurlijk”.
We knikten, lachten, en wuifden de liefste en leukste merchandiseman gedag. Hij had onze avond gered, ten koste van de rellende bejaarden.

Hoe het concert verder was?
Geen idee; we zijn na drie kwartier stro-men-de regen weg gegaan, écht te oud om slechts uit frivoliteit een longontsteking op te lopen. Op de weg terug naar de auto passeerden we wel een loeiende ambulance….wellicht dat ons egoïsme dus inderdaad een rellende bejaarde de kop heeft gekost.