De teerling is nog steeds niet geworpen

Ik ben een spreekwoorden- en gezegden mens. Zonder er bij stil te staan zijn er veel meer mensen zoals ik dan je denkt; mensen die te pas en onpas ergens wel een spreekwoord tussen weten te douwen. Bij mij begon het allemaal toen ik als kind het boek “Nederlandse spreekwoorden, spreuken en zegswijzen” kreeg; ge-fas-ci-neerd was ik, waarna ik besloot de mooiste of de meest tot de verbeelding sprekenden dagelijks te gaan gebruiken. Inmiddels ben ik wellicht wat geëvolueerd van de standaard “als de kat van huis is”, maar de boodschap blijft hetzelfde; stiekem voel ik me heel stoer als ik het doe.

Samengevat ben ik dat type wat in plaats van “hehheh, daar ben je” er met gevoel van dramatiek een “Als de berg niet naar Mozes komt…” uitgooit; de discussie die volgt of het Mohammed of Mozes moet zijn neem ik op de koop toe. Waar collega’s op het eind van de dag verzuchten dat ze het werk nu laten voor wat het is kan ik het niet laten “na mij de zondvloed jongens, tot morgen!” als afscheid rond te schreeuwen; opgetrokken wenkbrauwen gegarandeerd.
Het kan een simpele zin zijn die ik op tv hoor, waarna ik besluit het in mijn dagelijks leven te verwerken. Zo keek ik jaren geleden naar het verbouwingsprogramma het Blok, waar de Amsterdamse aannemer er ineens een “dat maakt mij de pis niet lauw” uitstootte; “enig!” gilde ik, “die ga ik gebruiken!”. Sindsdien is er altijd wel een situatie te bedenken, zeker zo’n vijf per dag, waarbij ik de zin er tussen prop. Little did I know dat Theo Maassen -de man waar ik geen enkele show van heb gezien- er al een hit mee had gescoord, maar agh; de boodschap wordt er niet minder duidelijk om.
Het geheim zit hem in het uitdragen met zelfvertrouwen; ook al moet je even zoeken naar die ene situatie waarin het passend is, als het moment dan daar is dan moet het klinken alsof het al jaren op het puntje van je tong ligt. Zo was ik verrukt toen iemand mij in een gesprek de uitspraak “het was goed bedoeld” toegooide, waarna ik eindelijk mijn uren voor de spiegel geoefende zin kon gebruiken; “ja, dat kan je nu wel zeggen, maar de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen”. Een high five met mezelf kon ik nog net onderdrukken omdat dit ook het moment was dat ik juist een beetje mysterieus om me heen moest kijken. Het belangrijkste van het juist gebruiken van de spreekwoorden is immers het moeilijk om je heen kijken, zodat de mystiek erachter ten volste tot de toehoorder doordringt.

Helaas brengt zo’n liefhebberij ook een hoop frustraties met zich mee; de frustratie van het niet kunnen gebruiken van een ó zó geliefde uitspraak. Zo ben ik al jaren aan het wacht op hét moment om “de teerling is geworpen” te gebruiken, wat mij betreft één van de mooiste gezegden ooit, die zoiets betekent als de eerste stap richting het onvermijdelijke is genomen. Helaas blijken die situaties zich zelden tot nooit voor te doen, en het feit dat Julius Ceasar het gebruikte voor hij een onneembaar geachte plaats inviel maakt de druk er niet minder groot om.
De enige keren dat het in mijn hoofd oppopt is als dat ene stel wat je al niet bij elkaar vind passen aankondigt te gaan trouwen of zwanger te zijn, maar om nu te feliciteren met “zozo, de teerling is dus geworpen” gaat zelfs mij wat ver…Nu zou ik hem kunnen gebruiken tijdens diepe politieke gesprekken over Griekenland, immers lijkt hij daarvoor gemaakt te zijn, ware het niet dat ik nooit diepe politieke gesprekken voer- laat staan over Griekenland. Daar gaat mijn kans.
Voor nu houdt ik het dus maar bij de fantasieën waarin ik hem triomfantelijk in een casual gesprek gebruik, waarna iedereen me diep onder de indruk aankijkt; precies zoals in het echte leven.
De wens is immers de vader van de gedachte, toch?

Reacties zijn gesloten.