De valstrik van het Vieze, Vadsige Varken

Vriend en ik, wij zijn geen ruziemakers. Er is weinig aanleiding om ruzie te maken en aangezien we allebei hulpverleners zijn zijn we doorgaans de bloedirritante types die kortdurende vetes beslechten met zinnen als “Als jij dit doet, geeft dat mij het gevoel dat…” en “ik zou het fijn vinden als je de volgende keer…”. Weinig spannends aan dus.
Aan de andere kant ben ik natuurlijk wel een geboren dramaqueen, de vrouw die het grote podium heeft misgelopen en daardoor thuis zo nu en dan eens een halve show opvoert. Vriend weet dat, vind het schattig en bovendien; doorziet het. Tenzij ik hem tijdens een zwak moment pak.

Bijvoorbeeld die keer dat we ‘s ochtends onze tanden aan het poetsen waren. Tijdens het uittuffen en spoelen vroeg ik hem de aloude vraag.
“Vind je me dik?”
Het antwoord lag inmiddels al in zijn bek bestorven. “nee hoor schatje, je bent prachtig”
“Ook niet als ik zo doe?” vroeg ik, terwijl ik mijn rug zodanig holde en mijn buik zo opzette dat zelfs de metroreizigers in Rotterdam hun stoel aan me af zouden staan.
“nee, ook dan niet” antwoordde hij zonder überhaupt naar me te kijken. Hij had dit toneelstuk al vanaf het begin zo eens in de maand mogen aanschouwen.
Ietwat sippig droop ik af. Hoe was ik waardig aan mijn dramaqueen titel als vriend al ieder truukje door leek te hebben? Ik besloot het nog een kans te geven; de klassieke valstrikvraag.

De valstrikvraag is immers al zo oud als dramaqueens leven, dus ik durf met enig zelfvertrouwen te beweren dat zelfs Cleopatra hem eens aan haar Caesar voorgelegd zal hebben. De vraag waarbij ieder antwoord fout is. De slimme, scherpe man ruikt hem al van een meter afstand. De man die nog slaperig zijn tanden aan het poetsen is niet.

“maar lieffie, jij ziet toch ook wel dat ik dikker ben dan toen we begonnen met daten? Ik bedoel, iedereen ziet dat. En dat geeft ook niet hoor, ik ben er helemaal ok mee. Dat kan je best wel eerlijk zeggen, we zijn altijd eerlijk tegen elkaar toch? Als je dat niet zou zien vraag ik me af of je überhaupt wel naar me kijkt”
“ja, je bent wel wat dikker dan toen ja, maar……”
Mijn ogen werden groot.
Zijn ogen werden groot.
Het besef sloeg bij hem in als ware hij Caesar en eindelijk het bedrog van mij, Cleopatra, door begon te krijgen.
“Hoho, wacht eens ev…”
“Wacht eens even? Jij noemt mij een vies vadsig varken en ik moet even wachten? Jij maakt knorgeluiden achter mijn rug om als we door de stad lopen, refereert tegenover je vrienden aan mij als je vette vriendin EN IK MOET EVEN WACHTEN??!!!”
“Dat was helemaal niet wat ik z…”
“ik weet welke woorden je uitsprak ja! Maar komop zeg, ik kan heus wel tussen de regels door lezen wat je écht zei. Je zou je moeten schamen hoe je over mij praat!”
Ik stampte naar boven, snotterde en brulde het hartstochtelijk uit op bed.
Geen reactie.
Ik verplaatste me wat dichter naar het trapgat, snoot mijn neus luidruchtig, gilde een “ik ben zooooohooooo verdrietig” in het rond.
Geen reactie.
Na 10 minuten was het echt tijd om de walk of shame naar beneden te maken, waar vriend zijn sigaretje aan het roken was op de bank, lui door NU.nl scrollend.
“Ik was aan het huilen hoor”
“Dat weet ik, ik hoorde je geblèr. En voor de duidelijkheid; ik beantwoord vanaf nu nooit meer een vraag die ook maar iets met je uiterlijk te maken heeft.”
Ik knikte. Mijn harde werken werd niet beloond; het grote podium thuis werd me ontnomen. Ik had jammerlijk gefaald.

Mannen, jullie weten het allemaal als je net zo’n type naast je op de bank hebt zitten. Wees alert als je ‘s ochtends je tanden aan het poetsen bent.
Medequeens; denk goed na voor je een soortgelijke actie uitvoert. Je wilt immers niet dezelfde koosnaam als ik krijgen iedere keer dat je onderlip gaat trillen en hij je grijnzend aankijkt.
“Wat is er, mijn lieve kleine varkentje?”