Een uniek hypochondrisch sneeuwvlokje

Hoewel ik voor de buitenwereld zonder énige twijfel overkom als de stabiliteit zelve, is de waarheid iets gecompliceerder. Op sommige gebieden in mijn leven ben ik inderdaad vrij stabiel; ik zal nooit met geld leren omgaan en mijn koken zal nooit boven de 5,5 uitkomen, zoals vriend me vandaag nog fijntjes vertelde (“komop schat, je weet zelf toch ook wel dat het doorgaans niet te eten is als je iets nieuws probeert?”). Op andere gebieden kan ik helaas -don’t be shocked- ietwat instabiel zijn. Bijvoorbeeld als het op mijn lichaam aankomt.
Wellicht dat ik een ietwat hypochondrische inslag heb.

Nu heeft het twee kanten, wat mij betreft dan. Ik mankeer namelijk ook altijd wat. Een wijs persoon zou zeggen dat veel van die klachten van me vanzelf wel over zouden gaan of je er nu een naam aan geeft of niet, maar dat is natuurlijk dikke onzin; de dood ligt altijd op de loer en is klaar om toe te slaan, dus je kunt je maar beter met gezwinde spoed naar de dokter begeven als je hem voelt toekruipen in de vorm van een bultje, pijntje of steekje. Dus zit ik al mijn hele leven ongeveer maandelijks bij de dokter, waar de gesprekken ongeveer altijd hetzelfde gaan.
“Dag dokter. Ik heb uitslag en het jeukt en het ziet er heel gek uit”
“Ok, nou zullen we er dan naar kij…”
“Nou, ik wil het eerst even over de familiegeschiedenis hebben. Ziet u, mijn oudtante van vaders zijde is ook doodgegaan aan zo’n zelfde bultje heb ik me ooit eens vijftien jaar geleden laten vertellen en nuja, u hoorde misschien al het woord ook, want ik heb het dus gegoogeld en ik denk dat het iets heel ergs is met een Latijnse naam die ik ben vergeten en nouja, u moet maar eerlijk zijn en het me snel vertellen als het klaar is”
Zo’n dokter probeert me dan op een zo rustig mogelijke manier mijn noodlot mee te delen en het is altijd héél erg en zeldzaam, zoals ik dan mijn moeder vervolgens vertel in ons telefoongesprek. Mijn moeder is eigenlijk de enige die het écht wat boeit, of die althans de moeite doet te doen alsof het haar boeit. Wel tien hele minuten kan ze doorgaan over hoe vervelend het is en bevestigen dat ik wel een héél bijzonder sneeuwvlokje ben dat ik toch weer zo’n heel gek ding onder de leden heb. Vriend luistert niet eens meer naar me en vriendinnen hebben al zo vaak mijn afscheid gepland dat het draaiboek toch al klaarligt. Niks nieuws.

Nu is er een heel nieuwe dimensie toegevoegd aan mijn hypochondrie; een zwangerschap. Wat mij betreft is zo’n zwangerschap een negen maanden lang durend ziekbed, of ik nu wel of geen klachten heb. Goud natuurlijk dat mijn zus verloskundige is, waardoor ik haar iedere steekje en pijntje kan appen inclusief mijn zelfgetrokken conclusie. Laatst bijvoorbeeld had ik om half 2 ‘s nachts jeuk aan mijn voeten. Na een Googlesessie van slechts vijf minuten wist ik het zeker; de zwangerschapssuiker had toegeslagen. In plaats van vriend uit zijn bed te tetteren met mijn nieuwste openbaring -en de teleurstelling van het uitblijven van een dramatische reactie te moeten verwerken- besloot ik het maar aan zus te appen, die gelukkig een uur later -net toen ik op het punt stond de ambulance aan te laten rukken- al netjes terugappte dat het vast allemaal wel zal meevallen aangezien dat veel te vroeg was in de zwangerschap. Ik heb net iets meer vertrouwen in haar dan in Google dus vooruit, maar nu mijn voeten sinds gister monsterlijke proporties aannemen ben ik alweer druk aan het rondzoeken; zwangerschapsvergiftiging, vermoed ik zo, al wacht ik nog even de overige kenmerken af. Ik denk dat ik het zus vannacht rond vijven eens ga voorleggen.

Voor nu ga ik mijn moeder maar eens bellen.