Help, mijn man is -nog steeds- geen klusser!

Er is niemand met wie ik zodanig ruzie heb dat er een tv-ploeg aan mijn deur zal komen te staan met een lelijk bloemetje in de hand. We hebben aardig contact met de buren, al klagen ze graag over mijn parkeerkunsten; niet voldoende om het echt bonje te kunnen noemen. Hoewel ik niet uitermate gecharmeerd ben van de Feyenoordliefhebberij van vriend is het wel lekker dat hij de zondagmiddagen daaraan besteedt, en zolang er geen boetes van €40.000 volgen zal ik dus ook niet wakker liggen van die hobby. Sinds diezelfde vriend de creditcard streng doch rechtvaardig beheerdt, plus alle andere rekeningen, zijn er voor mij geen kansen meer indrukwekkende schulden op te bouwen. Last but not least; we klussen niet. Vooruit, een klusje hier en daar maar niks groots of ingrijpends en met het komende nieuwbouwhuis zit dat er de komende 15 jaar ook niet in.
Ieder ander zou verrukt zijn van bovengenoemde feiten, lang leve de rust, reinheid en regelmaat.
Ik niet.
Daar gaan mijn kansen om John Williams te ontmoeten.

Dat ik een liefhebber ben van trash-tv is geen geheim, maar het is vooral “John TV” wat mijn hart sneller doet kloppen. Er is namelijk weinig wat John Williams niet aan het hart gaat; langlopende en oersaaie burenruzies over geluidsoverlast van mensen die hebben besloten onder een studentenhuis te gaan wonen, maar dat achteraf toch niet zo leuk vonden; schulden omdat het vrouwtje niet begrijpt dat je geen €4000 per maand uit kan geven als er maar €2000 binnenkomt; geldverslindende hobby’s van mannen die hun nare jeugd lijken goed te willen maken door afgrijselijk dure en lelijke cartoonpoppetjes te sparen; niets is hem teveel. Maar hij floreert pas écht als je als man besluit te gaan klussen terwijl je dat helemaal niet kan. Dat maakt John namelijk boos, heel boos.
De onzekere, muisachtige vrouw is vaak óp van het jarenlange strijden met haar-lompe-lul-van-een-vent over het huis wat letterlijk op instorten staat omdat man niet had bedacht dat je die klussen beter van kamer tot kamer aan kon pakken; nee, het hele huis lijkt alsof het bombardement van de Duitsers zojuist is overgetrokken en toen man dit zelf ook eindelijk zag besloot hij maar meteen de handdoek in de ring te gooien. Muisvrouwtje lijkt dit allemaal nog vrij rustig te kunnen vertellen, maar dan begint John zijn moment. Eerst kijkt hij in totale ontzetting om zich heen en schudt wat met zijn hoofd. Vervolgens maakt hij een vuist, stopt deze voor zijn mond en geeft haar de “en nu ga je huilen” blik. En dat doet ze. De camera zoomt in en John schreeuwt een “meisje kom hier!” uit waarna hij de armen om haar heenslaat alsof ze elkaar al jaren kennen. Een innige knuffel volgt, met een pleidooi van John; “Jij bent echt te goed voor deze man”, ”Besef je wel écht hoe je de laatste jaren hebt geleefd”, “kijk eens om je heen meid” en “hoe houd je dit vol” zijn enkele veelgehoorde uitspraken. De vrouw knikt beduusd en John veert op; het is tijd voor actie.
Zonder al te lang te wachten, ze moeten immers NU wat aan de situatie veranderen, toogt John met cameraploeg naar man zijn werk. Uiteraard mogen eerst de collega’s een mening geven over de puinbende thuis, wat dan ook lacherig gebeurt, tot man ergens aan het eind van het magazijn gevonden wordt. John benaderdt de man uiteraard vriendelijk, maar komt al snel tot zaken. “Ik heb wat dingen over jou gehoord die me niet bevallen”. De man hoort schoorvoetend het verhaal van John aan en stemt direct in alles te verbeteren, het is immers moeilijk nee zeggen tegen John en cameraploeg.
Thuis wacht eerst Muisvrouwtje voor de grote confrontatie. “Dit moet voorbij zijn, anders ga ik echt bij je weg” spreekt ze, kijkend naar een punt achter de man waar vermoedelijk de regisseur het bord omhoog houdt met de zojuist aangeleerde tekst. John kijkt er zorgelijk naar, en vraagt het nog even voor de zekerheid; “hoor je wel echt wat ze zegt? Écht?”. Het is duidelijk; tijd om te klussen.
Nu is het moment gekomen waarop ik doorgaans naar het puntje van de bank verhuis; de uitbarsting. Want na een dag of 3 beseft de man dat hij helemaal geen hulp nodig heeft bij het klussen, en dat hij die bazige John eigenlijk ook maar een vervelend vent vindt. En daar is John het niet mee eens. Sterker nog, John is laaiend. Met grote stappen beent hij op de man af. “ZEG HET HEM JOHN!” Schreeuw ik extatisch naar de TV.
“Besef je wel wat je zegt? Besef je wel wat je zegt man! Je raakt haar kwijt! Ze gaat bij je weg hoor!” opgefokt kijkt John de camera in. Even ben je bang dat John doordraait, dat hij de man helemaal lens slaat. Maar niet mijn John. John is namelijk nooit lang boos. Vanuit het niets pakt hij de man vast om ook hem een dikke knuffel te geven. De man is om, huilt misschien zelfs ook een traan, en de verbouwing is gered.

Ik wil ook geknuffeld worden door John. Ik wil ook dat hij zegt dat ik goud ben en vriend niks en dat ik véél beter verdien. Ik wil ook dat hij vriend een lichte stomp op zijn schouder geeft, daarbij “hey pik” uitroepend met een grote grijns op zijn gezicht, omdat vriend een knullig wiegje in elkaar heeft gezet zodat ons kind niet meer in een sinaasappelkistje hoeft te slapen. Ik wil John hoofdschuddend met zijn armen over elkaar in mijn huis hebben staan, kreten van ontzetting uitslaand. Ik wil mijn vrienden en familie op tv horen zeggen dat het al járen niet meer gaat, waarna John mij alleen maar doordringend aan hoeft te kijken voor ik in huilen uitbarst.
Niet omdat vriend een eikel is of ons huis een puinbende. Maar omdat ik gewoon stiekem een héél klein beetje week in de benen raak van John.

Vanaf aanstaande woensdag is het zover en zullen mijn avonden weer ingevuld worden met meeschreeuwen, huilen en juichen. Ik wacht met smart op het programma “Help, ik wil John gewoon ontmoeten”.
Kwestie van tijd voordat RTL ziet dat dat ook een gouden zet zal zijn.

Een gedachte over “Help, mijn man is -nog steeds- geen klusser!

Reacties zijn gesloten.