Lieve dames; je sast niet, je plast.

“Ik ben even pissen” roept mijn mannelijke collega voor we de vergadering inlopen. “PLASSEN!!” gil ik hem na, me ondertussen bedenkend dat het al de tiende keer is dat ik hem hierop verbeter. Pissen, zeiken, piesen; woorden waar ik een gigantische hekel aan heb en die vooral met liefde door mannen gebezigd lijken te worden. Zodra het in een semi-grappige zin gepropt wordt als “ik ga even naar mijn eigen gezeik luisteren” kan bij mij het irritatiepeil in één keer van 0 naar 100 schieten en begin ik vlot aan het verbeteren en heropvoeden.
Er is echter weinig erger dan de benamingen die vrouwen erop na houden; vooral de dames met kleine kinderen lijken er meer dan eens aan te geloven en geloof me; het klinkt te debiel voor woorden.

Misschien ligt het aan mij, maar ik heb sowieso de voorliefde voor delen wat je op het toilet gaat doen nooit zo begrepen. Vertel me gewoon dat je “even naar het toilet gaat” en echt, mijn nieuwsgierigheid is voldoende bevredigd. Mocht ik een kantoorruimte met je delen hoef je het overigens helemaal niet rond te tetteren; het zal me roesten waar jij je minuten doorbrengt. Toch is het iets wat massaal gedaan wordt, vermoedelijk om vóóral te benadrukken wat je niet doet. Poepen (kunnen we dat gewoon drukken gaan noemen??!!) doen we immers geen van allen, dus het is maar goed dat dat nog even bevestigd wordt in die ene boodschap.

Dat sommige dames zich zéker niet met voorgenoemde zaken bezighouden is al jaren bekend. Sterker nog; deze dames zijn zelfs te classy om te plassen. Want já, ze benadrukken met nog veel meer liefde dat ze nooit voor zwaardere zaken naar de wc gaan -een ouderwets “ik ga even mijn neus poederen” komt er niet meer uit- maar de focus ligt hem er vooral op dat ze óók niet plassen; ze sassen.
En dat is misschien wel het meest stupide woord wat de Nederlandse taal ooit heeft voortgebracht. Wie heeft er ooit verzonnen dat het weglaten van de twee eerste letters en die vervangen voor een andere het ineens schattig maakt?
Tuurlijk, dat is een overijverige moeder geweest die bedacht dat als je maar afwijkende namen geeft aan compleet normale woorden het ineens aandoenlijk en daarom meer geschikt voor kinderen is; dezelfde moeder die sommige woorden gewoon niet verbeterde waardoor het kind op zijn vijftiende alsnog niet behoorlijk het woord wesp uit kan spreken; “zóóóó schattig”.
En echt, ik accepteer het van een kind van vier. Net, want je leert iemand niet bestaande woorden aan, maar vooruit; ik accepteer het. Maar niet van een volwassen vrouw, die er doorgaans ook nog eens een kinderachtig stemmetje bij opzet.
Sterker nog; zag ik je daarvoor wellicht nog als een leuke, zelfstandige vrouw met wie ik best kon lachen, ineens verdwijnen die gevoelens als sneeuw voor de zon en zie ik enkel nog een vrouw die de man in huis steevast met “papa” aanspreekt, in de ochtend haar wekker een half uur eerder zet om zich alvast op te maken zodat niemand haar ooit zonder ziet en die haar hoofd alleen maar op en neer kan bewegen, in plaats van ook naar de zijkanten; nee komt niet in het woordenboek voor.
Sassen staat synoniem aan de jaren 50 huisvrouw voor mij; en dat zijn we toch allang niet meer?

Nu heb ik wel het idee dat we afspraken kunnen maken met zijn allen hierover. Laten we dus ons gewoon als volwassenen gedragen, en niet als stoere pubers van een jaar of 15 of als kinderen van 4. Laten we het vanaf nu niet alleen tegen elkaar, maar ook tegen onze kinderen noemen zoals het heet; plassen.
De volgende keer gooi ik namelijk een steen naar je hoofd om het af te leren.

Reacties zijn gesloten.