Lieve toeristen; kunnen jullie weer naar Amsterdam gaan?

Januari 2014 gaf de rasechte Rotterdammer Martin van Waardenberg een rondleiding door Rotterdam aan Pownews met de gouden woorden; “Ik laat effe wat dingen van Rotterdam zien, dan zend jij dat uit, dan hoeven ze niet meer te komen” om te vervolgen met “toeristen, toeristen, agh man; laat ze lekker in Amsterdam blijven”.
Zijn inzet ten spijt; de toeristen blijven komen. En ik als Rotterdammer word daar eigenlijk heel ongemakkelijk van. Daarom; mijn pleidooi om lekker in Amsterdam te blijven.

Als Rotterdammer heb je namelijk altijd maar twee zekerheden in je leven gekend; je gaat dood, en iedereen zeikt je stad af. Dat is zoals het is en zoals het jarenlang is gegaan. Of de mensen nu van het platteland kwamen, de omringende stadjes of de grote steden elders in het land; vertelde je uit Rotterdam te komen dan stond dat garant voor een stortvloed van verwijten en meningen, variërend van het voetbal (“Feyenoord doet het slecht heh”) naar de inwoners (“ik dacht dat daar alleen maar buitenlanders woonden”) tot aan de stad zelf (“zó’n grauwe stad”). Het grote spel van de Rotterdammer begon dan, waarbij je alles met hand en tand verdedigde; je vertelde dat de toeristen gewoon niet de goede plekjes wisten te vinden, dat Feyenoord komend seizoen zou gaan floreren en dat juist dat mutliculturele Rotterdam maakte tot wat het was. Je gooide er nog een “niet lullen maar poetsen” in en natuurlijk een referentie naar de naoorlogse opbouw, en jouw rol was weer gespeeld; die van redder van de stad, ambassadeur van Rotterdam.

Dit is dan ook wat wij kunnen; omgaan met kritiek. Leren omgaan met complimentjes gaat ons echter stukken minder goed af. En laat dat nu net zijn wat het laatste jaar de verjaardagspartijtjes domineert. Die zure oom die nooit wat anders kon doen dan zeiken op alles wat Rotterdams was vertelt je ineens vol lof over de Markthal -die hal die louter voor toeristen gebouwd schijnt te zijn-;, als ware hij hem zelf gebouwd heeft. Die tante die uit dat stadje net buiten Rotterdam woont benadrukt ineens niet meer waar ze vooral níet woont, maar dat ze “in de buurt van Rotterdam” haar hoofd ten ruste legt. De musea in de stad weten niet wat te doen met de toestroom, de terrasjes en restaurants zitten overvol -wat ook te merken is aan de topkoks die ineens hier weer hun tenten openen- en zelfs mijn huisje op Zuid krijgt ineens een marktwaarde toebedeeld die het in geen jaren heeft gekend. Kortom; Rotterdam is Booming.
En dat maakt me ongemakkelijk. Ik wil namelijk alles wat Rotterdam mooi maakt verdedigen, in plaats van beamen. Ik wil discussies, in plaats van eensgezindheid. Ik wil rust als ik vanuit het werk door de stad loop, in plaats van Chinese toeristen de weg wijzen.
Ik wil gewoon mijn stad terug.

Dus lieve toeristen, echt, zo mooi is het allemaal niet. Feyenoord speelt al jaren kut dus die opleving is vast maar tijdelijk, Rotterdammers zijn een grauw en chagrijnig volk en de stad zelf heeft zijn gloriedagen voor de oorlog gekend, maar zal nooit meer wat worden.
Jullie hebben de discussie gewonnen.
Kunnen jullie dan nu weer alsjeblieft naar Amsterdam gaan?