Mijn voetbal tokkie en ik

“WIJ GAAN WINNNUUUUUUUUUUUUUHHHHHHH”….vriend had al gillend mijn deur opengebeukt en keek me verwachtingsvol aan. Ik opende een oog, toen het andere en wist het ineens weer; het was de grote dag, de wedstrijd Feyenoord-Ajax.
“Moet dit echt schatj…”
“WIJ GAAN WINNNUUUUUUUUUUUUUUUUHHHHHHHH”
Ik wist dat verzetten weinig zin had; hij zou net zo lang blijven bleren tot hij zijn zin kreeg.
“alleen met hoeveel is de vraag” mompelde ik, het deken over mijn hoofd trekkend.
“wat zeg je??!!”
“ALLEEN MET HOEVEEL IS DE VRAAAAAAAAAAAAAAAAAGGGGG”
Met een grijns trok hij de deur achter zich dicht.

3,5 jaar geleden ging de relatie met mijn toenmalige vriend uit en ik wist één ding vrij zeker; ik hoefde niet meer zo nodig. Niet dat ik verzuurd, verbitterd of verloren was; ik had er gewoon geen zin in. Anderhalf jaar bracht ik dan ook vooral met mijn vriendinnen door, wijn drinkend op de bank of in de kroeg, ondertussen de mannen met een dodelijke blik weer wegsturend. Vanzelfsprekend gingen alle gesprekken wel over diezelfde mannen, en de dingen die we wel of absoluut niet in onze droomman zagen.
“Hij moet wel een mooie auto hebben hoor” zei vriendin 1 met volle overtuiging. “Mannen die al niet om hun auto geven, geven helemaal nergens om in het leven”
Vriendin 2 zag juist een man zónder auto voor zich; hij moest immers wel het milieu beschermen. Ikzelf zag een mooie auto juist als een van de grootste afknappers; van alle dingen waar je je geld aan uit kon geven, was de auto toch wel het minst boeiend ooit.
“Afknapper!!” gilde vriendin 1 “als dat al een afknapper is! Komop, wat heb je nog meer op je lijstje als afknapper!”
Dat bleek nogal wat te zijn. Alle jaren die ik van de markt af was geweest in verband met relaties en mijn tijd als bewuste vrijgezel hadden me wellicht wat wereldvreemd gemaakt. Ik haalde diep adem, en dreunde het lijstje op wat ik al vast in mijn hoofd had zitten; het nam een goed halfuur in beslag.
“Maar” zo eindigde ik mijn betoog “over al die dingen wil ik nadenken, als het echt de liefde van mijn leven is”. Mijn vriendinnen knikten allemaal begripvol, we stonden immers allen bekend als zeer meegaande en flexibele types.
“behalve één ding. Dat zal nooitnooitnooitnooitnooitnooit gebeuren, dat is een no-go, een neenee, de absolute afknapper nummer één”
Ze hielden hun adem in, ik hield mijn adem in. Misschien wist ik diep van binnen al dat ik het ging jinxen.
“Hij mag geen seizoenskaart hebben. Van wat voor club dan ook. Hij mag best op zondagavond naar studio sport kijken, maar dat is het”
Mijn vriendinnen lieten hun adem ontsnappen, knikten heftig.
Het bleek de enige afknapper te zijn waar we het allemaal over eens konden worden.

Want voetbalfans, de échte voetbalfans, dat waren in mijn universum de tokkies, de relschoppers, de droeftoeters die met fakkels op de tribune hele wedstrijden stonden te vergallen. De types die jankend thuiskwamen na een verloren wedstrijd, die zich ziek melden als er wéér eens naast de beker werd gegrepen. De kaarthouders, dat was al het voorgaande plus de raddraaiers die de ME bekogelden met stenen. De kaarthouders, die konden geen IQ hoger dan 80 bezitten, gebruikten allemaal drugs en hadden hooggeblondeerde wijven met SCF in hun nek getattooeerd.
Van vooroordelen ben ik nooit vies geweest nee.

En toen ontmoette ik hem. Intelligent, mooi, lief. Iemand om wie ik kan lachen, maar nog belangrijker; iemand die heel hard om mij moet lachen. De liefde van mijn leven, in ieder opzicht.
Maar met een seizoenskaart.
“Jij?? Ik heb je nog nooit over voetbal gehoord!”
“ja, doen we met alle vrienden, gewoon een leuk ding waarbij we elkaar zien, biertje drinken, en beetje naar de wedstrijd kijken”
“maar…maar…dat is voor tokkies! Ik wil geen tokkie!”
Er volgde een lange stilte, waarbij hij me met een glimlach aankeek, en mijn hoofd als een razende tekeer ging. Hij had een oude auto. Hij gaf niets om zijn uiterlijk, een van mijn belangrijkste voorwaarden. En hij lachte echt.heel.hard. om mijn grapjes.
“ok…nouja, ik kan me er wel overheen zetten…maar moet ik dan ook mijn haar blonderen en een tattoo in mijn nek?”

We zijn twee jaar later, en ik heb het volledig geaccepteerd. Ik ken de speelschema’s, ik zing de liedjes mee, ik ken zelfs een enkele speler bij naam (ok, het is Kuijt, maar toch). Ik ben meegegaan naar een wedstrijd, en ik had het naar mijn zin. Belangrijker; ik zag duizenden mensen die gewoon een leuke dag wilden hebben en net als vriend vooral aan het socializen waren. Vriend komt gewoon thuis na een verloren wedstrijd zonder in een pesthumeur te zijn en keurt de rellen in Rome net als ieder ander hartstikke af.

Ik heb mijn eigen voetbal tokkie en ben de gelukkigste vrouw op aarde.