Naailes met kekke stofjes en stomme meutjes.

Mijn hobby’s en ik zijn berucht onder vriend en vijand. Zo heb ik bijvoorbeeld ooit Spaanse les gevolgd, waarbij ik drie anderen zo gek kreeg het ook te volgen. Al na week één schreef ik mijn huiswerk over, na week drie ben ik maar niet meer gegaan. Ik heb ooit willen hardlopen, waarbij ik voor €200 een outfit kocht om na 10 meter te bedenken dat het niet heel handig was met mijn zwakke knieën, en bij de veel-te-dure-semi-spiegel-reflex-camera had ik geen zin om de handleiding te lezen, waardoor ik na eigenlijk één dag mijn fotografiehobby ook maar weer aan de wilgen hing; een compact automatisch dingetje blijkt meer voor mij weggelegd.
Mijn absolute dieptepunt is echter mijn “naaifase” geweest.

Zus is het creatieve type wat na 10 minuten achter de naaimachine een heel jurkje in elkaar heeft gezet. Nu is er weinig wat een ander kan waarvan ik niet vind dat ik het beter zou kunnen (en helemaal niet als het om mijn zus gaat!), dus zo ook met naaien.
Ik zou de nieuwste Coco Chanel worden.
Stap 1 -voor me überhaupt ergens in verdiept te hebben- was natuurlijk het kopen van een naaimachine. €300 lichter maar wel een prachtig roze Singermasjien rijker was het tijd om ook hierbij weer een vriendin zo gek te krijgen met me mee te doen. Dit bleek een opgave op zich te zijn; een hoop vriendinnen weigerden zich nog langer mee te laten slepen in mijn brianwaves. Wat overtuigingskracht (“het is een vriendinnending! Ik zou het ook voor jou doen!”) verder had ik er dan toch één bereid gevonden, ook al sprak ze van tevoren al uit totaal geen ambitie op het gebied van naaien te hebben.
Verrukt bestelde ik het kekke stofje waar ik al zo lang naar uit had gekeken; lekker retro met gitaartjes, echt iets om een rok van te maken.
Op dinsdagavond was het dan eindelijk zo ver; tijd voor naailes.

Daar zaten vriendin en ik dan, tussen acht absolute meuten eerste klas. Om de één of andere bizarre reden had ik het me allemaal toch iets hipper voorgesteld, maar het ik-ben-25-en-de-naailes-is-het-hoogtepunt-van-mijn-jaar gehalte bleek erg hoog te liggen. De juf was weinig beter, maar vooral bijzonder onaardig, zo leerde ik snel.
Afkeurend keek ze naar mijn kekke meegenomen stofje.
“En wat wil je daarvan maken?”
“een rokje!” straalde ik haar tegemoet.
Ze gniffelde. Het gegniffel werd harder, en werd overgenomen door de hele meuten-schare.
“tenzij het voor haar is…” snoof ze, terwijl ze naar mijn vriendin wees die driemaal in mij zou passen “zou ik maar ongeveer vijf keer zoveel stof kopen als je een rok wilt maken.”
In shock keek ik haar aan, in staat om mijn loeizware naaimachine (niemand had me verteld dat die dingen lood wegen!) naar haar kop te gooien. Ik verzette me keurig tegen die neiging.
“nouja, dan wil ik vandaag iets anders maken, ook goed”
“vandaag? Het zijn tien lessen, en aan het eind heb je misschien één product. Je gaat eerst patroontekenen”.
Nu wist ik zeker dat het een hele stomme juf was.
“Maar de cursus heet zelf kleding naaien voor beginners, en mijn zus heeft zo’n beetje een complete garderobe binnen één uur, dus een jurkje ofzo vandaag moet toch wel te doen zijn???”
Ik bleek er nogal naast te zitten.

Ik ben netjes iedere week gegaan, simpelweg omdat mijn vriendin een absoluut natuurtalent bleek te zijn en ik het niet kon maken haar te laten zitten. Zij had aan het eind van de cursus drie jurkjes en een tas, ik had één spuuglelijke rok die de juf uiteindelijk maar had afgemaakt en die ik nooit meer heb aangetrokken. Ik was een ervaring rijker; voor het eerst in mijn leven was ik de loser van de klas, en néé, het voelde niet goed. De naaimachine heb ik maar aan mijn vriendin gegeven, die hem tot op de dag van vandaag nog steeds gebruikt om haar fantastische zelfgemaakte garderobe mee aan te vullen.
En het kekke stofje?
Mijn zus-die-wel-kan-naaien heeft er een kussenhoes van gemaakt.