Oma en haar trouwringen

Mijn oma heeft Alzheimer.
Dat begon zo’n 10 jaar geleden, toen je de verhalen die ze vertelde tijdens bezoeken al van tevoren kon inschatten. Ze vertelde de verhalen alsof ze ze nog nooit eerder was begonnen en eindigde ze telkens weer op dezelfde manier. Inmiddels zijn de verhalen die ze vertelt steeds dezelfde en herhaalt ze ze zo’n tien keer in een bezoek. Oma vergeet ook alles, bijvoorbeeld of de verpleging -die drie keer per dag langskomt- al is langs geweest. Of of ze al gegeten heeft.
Voor oma zelf werd het allemaal nog vermoeiend. Dat kan ik me voorstellen, want ook ik vond het heel vermoeiend om langs te gaan. Zo vaak ging ik eigenlijk ook niet meer.
Mijn vader en zijn vrouw wel, iedere dag, soms wel twee keer. Eindeloos en met engelengeduld hoorden ze alles aan, haar herinnerend aan iedere afspraak, 20 keer in vijf minuten tijd bevestigend dat de verpleegster er straks aankwam.
Het ging niet meer.
Oma gaat dinsdag naar het verzorgingshuis.

Niet dat het zo genoemd wordt, het is een heuse “woonzorgboulevard” waar ze naartoe gaat, dat klinkt wat gezelliger. Oma heeft zich er jarenlang tegen verzet; ze is zo dol op haar tuin. Vooruit, het huis is wel wat te groot met zijn vier slaapkamers en gigantische zolder, maar die tuin; nee, die ging ze niet opgeven.
Tot ze een keer was langs geweest, en zag hoe mooi en groot haar nieuwe appartementje zou worden. Oma zei “ja” en voor we het wisten hadden we ineens één week de tijd om alles klaar te maken. De woonzorgboulevard hecht schijnbaar nogal aan doorstroom.

Gister was het dan ook de tijd om het huis op te ruimen. Oma heeft werkelijk ieder bonnetje bewaard vanaf de jaren 70, en daar tientallen laatjes mee volgestopt. Tussen die bonnetjes lagen dan ook weer foto’s, die we haar gaven. Bijvoorbeeld de foto in de vorm van een hartje, die haar was gestuurd door haar penvriend die in het leger zat toen oma een jaar of 15 was. “Ik kijk lelijk want ik kijk recht in de zon” stond er achterop geschreven. Oma moest hem na 60 jaar alsnog gelijk geven.
Al haar duizenden spulletjes lieten we de revue passeren; wilde ze het meenemen of wegdoen? Verrukt reageerde ze op de cadeau’s die ze bij haar verloving had gekregen en die we haar toonden.
“kijk, dat zijn kristallen messenleggers, voor als je een chique etentje geeft. Gekregen voor mijn verloving van mijn werkgever waar ik toen wegmoest omdat ik ging trouwen”
“ze zijn werkelijk prachtig oma. Zal ik ze in de meeneemdoos doen?”
“Hoezo, ik geef toch geen etentjes meer? Nee hoor, gooi maar weg”
Vriend deed een vondst op zolder, achter in een oude kast weggeduwd. Mijn vader had hem al gewaarschuwd; let goed op, misschien komen we trouwringen tegen. Heel wat jaren geleden had mijn oma de hulp bijna laten ontslaan, zo overtuigd was ze ervan dat die de trouwringen van haar en inmiddels overleden opa had gestolen Het hele huis werd omgekeerd, op zoek naar die ringen, maar ze werden nergens meer gevonden. Het bleef een terugkerend gespreksonderwerp, soms wel vijf keer in een bezoek, hoe schandalig het was dat ze van haar gestolen waren. En nu stond vriend daar, met een toilettas in zijn handen, vol met sieraden en de trouwringen.

“kijk eens wat vriend heeft gevonden!” riep ik blij terwijl ik naar beneden liep met vader op mijn hielen. Haar reactie wilden we voor geen goud missen. Ik opende mijn hand om haar de trouwringen te laten zien.
“oh ringen! van wie zijn die?”
“van u! U bent ze al heel lang kwijt en dacht dat ze gestolen waren. U heeft ze waarschijnlijk een keer zelf verstopt, maar nu zijn ze gevonden. Fijn heh!”
“Nee, die hoef ik niet. Neem maar mee”.

Vriend en ik rookten later een sigaretje in de tuin, moe van al het gesjouw en uitzoekwerk. Binnen stond de dozen opgestapeld, naast de vuilniszakken vol rotzooi.
“Stom heh” zei ik “dan verzamel je je hele leven spullen om je heen die je superbelangrijk vindt, en het enige wat uiteindelijk echt telt zijn je foto’s en een bank om op te zitten.”
We keken om ons heen, zittend in de door de tuinman keurig onderhouden tuin. Ik schat dat oma al zeker vijf jaar niet meer in haar tuin heeft gezeten.
“foto’s en die lelijke Chinese ballen die ze ooit eens van je ouders heeft gekregen” merkte hij terecht op. Dat en een spuuglelijk beeldje van een paard wat ze van mijn 5-jarige vader had gekregen waren de enige twee dingen die ze echt mee wilde.

Vader riep ons; we gingen even snel de nieuwe woning bekijken voor we chinees zouden gaan eten bij hem. Ik keek nog een keer achterom naar de tuin en bedacht me dat ik echt eens mijn foto’s in albums moest laten drukken. En vaker langs moest gaan.
Ineens had ik twee goede voornemens voor 2016.