Pleidooi van een Zeikende Zwangere voor Zittenblijvers

Het was de dinsdag dat het kwik al om acht uur in de ochtend was gestegen boven de 25 graden en de scholen bovendien weer waren begonnen. Ik stapte de metro in die helemaal gevuld was; niet het soort gevuld waarbij de perverts onder de mede-reizigers enthousiast tegen je aan kunnen gaan rijden, maar wel zodanig dat er nergens meer een vrij plaatsje te bekennen was. Rechts van me waren de groene rijen stoelen tegenover elkaar opgesteld, waardoor je nooit helemaal weet waar je naar moet kijken zonder dat het lijkt alsof je met je overbuurman flirt. Zoekend keek ik om me heen, waarbij een tiental paar ogen de mijne vond, iets afzakte naar mijn buik….en snel weer wegkeek.
Ik zette mijn tas maar neer en nestelde me staand in een hoek. Het was duidelijk dat niemand op zou gaan staan.

Begrijp me niet verkeerd; ik ben niet het type zwangere wat zich direct als een gehandicapte profileert en verwacht ook niet dat aan alle kanten de galantheid van 1800 terugkeert of de rode loper voor me wordt uitgerold. Wel verbaasd het me oprecht dat iedereen direct druk zijn telefoon erbij pakt, ineens iets belangrijks in zijn tas te doen heeft of vooral heel hard de andere kant opkijkt.
Naïef?
Misschien, maar juist doordat ik zelf altijd ben opgestaan voor ouderen, gehandicapten of zwangeren is het me dus ook nooit opgevallen dat het niet gebeurd. Toen ik er later echter tegenover andere (ex)-zwangeren over begon bleek het wel degelijk herkenbaar te zijn, wat me aan het denken zette.

Want iedereen die wél opstaat voor anderen kent het probleem. Bij de oudere generatie begint de twijfel; wanneer is het terecht, welopgevoed en galant, en wanneer is het ronduit beledigend omdat je je stoel per ongeluk aanbiedt aan die kwieke 50-jarige die er na een weekend doorhalen gewoon ronduit slecht en hulpbehoevend uitziet? Wanneer stigmatiseer je onbedoeld en onbewust juist de gehandicapte die “geen hulp nodig heeft”, zoals mij ooit eens werd toegesnauwd? En wanneer bega je per ongeluk de doodzonde van je stoel op te springen en enthousiast te gillen “GAAT U MAAR ZITTEN HOOR” tegen het meisje wat helemaal niet op alledag loopt, maar gewoon een bijzonder ongelukkige kledingkeus heeft gemaakt en die je daarmee onbedoeld weer een complex extra hebt aangepraat.
Onbewust ben ik waarschijnlijk ook tientallen keren blijven zitten, en is er ook op mij daarna flink gescholden door de zwangere tegen partners en collega’s. Persoonlijk vind ik het stadium “vet of zwanger” dan wel ontgroeid te zijn, de rest van de wereld geven we voor nu maar het voordeel van de twijfel.

De oplossing blijkt echter helemaal niet ingewikkeld, zo ontdekte ik vandaag middels een artikel op Buzzfeed UK; in Engeland hebben ze namelijk al geruime tijd buttons die je kan dragen in het openbaar vervoer met daarop de tekst “baby on board”. Medepassagiers hoeven niet te twijfelen of het wel of niet kwetsend is je die stoel aan te bieden en jij maakt kenbaar dat je best wel wil zitten (aartslui als ik ben kan ik me niet voorstellen dat íemand een stoel af zou slaan, moe of niet). Nu hoor ik je denken; maar je kan toch zelf ook om die stoel vragen?
Tuurlijk, en als ik echt van mijn hoeven stort zal ik dat ook heus doen. Maar het geeft toch ook wel een heel fijn gevoel als het gewoon wordt aangeboden.

Dus, openbaar vervoer aanbieders; knutsel ook eens zo’n button. In Engeland draagt zelfs Kate Middleton er één als ze een van haar paleizen verlaat dus ik snap best dat jullie ook wat grootse PR kunnen gebruiken; ondergetekende is meer dan bereid die eer op zich te nemen. In de tussentijd eet ik er nog een paar kilo bij, om er zeker van te zijn de juiste signalen qua buikomvang uit te zenden en pak ik de buikbanden met teksten als “50% papa, 50% mama, 100% ik” er ook maar gewoon bij.
Medepassagiers; het zij jullie vergeven.
Maar sta de volgende keer eens gewoon op.

PS: ik beloof dat ik vanaf nu geen zeurende-zwangerschaps-blogs meer zal schrijven…althans…iniedergeval voor een week.