the Dramalife chose me

Hoewel ik meer dan eens een kater heb gehad en dus inmiddels het klappen van de zweep zou moeten kennen, komt het toch iedere keer weer als een verrassing dat ik er superemotioneel en een tikkeltje dramatisch van word. Zo ook gisterochtend; vriend vroeg mij op vrij neutrale toon of ik een thee wilde, wat ik de eerste keer niet verstond. De tweede keer kwam het er dan ook iets snauwender uit (zelfs hij blijkt niet immuun voor de kater) wat dan weer wel opgepakt werd. “Wat is er toch” snifte ik “je doet al weken superlelijk tegen me”. Vriend reageert verbaasd met een “hoezo, het gaat hartstikke goed” waarna ik er nog een “niet waar, je wilt duidelijk niet hier zijn” uit wist te persen. Huilend rolde ik mijzelf in foetushouding op de bank, ondertussen de inboedel al verdelend in mijn hoofd. Vriend is schouderophalend thee gaan zetten; business as usual.

Een dramaqueen ben je of niet; het is net zoiets als dat de thug life jou kiest zegmaar. Waar andere ouders hun kind proberen te motiveren voor de advocatuur of medicijnen, waren mijn ouders vooral aan het pushen voor de Toneelschool; een gouden toekomst zagen ze voor me weggelegd als actrice, terwijl ze me toch nooit daadwerkelijk hadden zien acteren. Blijkbaar zagen ze mijn lichte karakter flaw als iets waar ik ooit nog enig profijt van zou kunnen hebben. Wellicht hielpen de tientallen conflicten waarvoor ze iedere keer gesommeerd werden te komen praten op de middelbare school daaraan mee; er was geen leraar waar ik niet een uitbarsting in de klas had gekregen, waarbij ik niet zelden al blérend door de hele school liep (en de school was gróót); een dronken Patty Brard zou nog jaloers worden van mijn gebrul. Een compleet gebrek aan zelfkennis blijkt in de praktijk vrij lastig te zijn.

Want lastig is het zeker. Niet zelden, en ook in mijn geval, gaat het dramatische karakter gepaard met een ietwat hypochondrische inslag. Nu is er maar één ding gevaarlijker dan een hypochondrische dramaqueen, en dat is een hypochondrische dramaqueen met internet. Ieder pijntje weet ik zodanig te googelen tot ik op de gruwelijkste ziektes uitkom, waarna ik alleen nog maar bezig kan zijn met het moment dat het noodlot definitief toeslaat. Het is dan in mijn geval altijd wijs een bekende mee te nemen als ik naar een specialist of dokter ga, want ook al versta ik drie woorden; ik weet het altijd zo te draaien dat óók de dokter mij vertelde dat ik maar beter alvast mijn begrafenis kan plannen. Terwijl ik snuffend mijn afscheidsspeech alvast klaarmaak is het dan aan vriend/vriendin/familie om de telefoon ter hand te nemen om het echte verhaal te vertellen; “niks aan de hand joh…ze stelt zich gewoon weer aan”. Rij me vervolgens naar een leuk restaurantje of lunchtentje en ik kan een heel stuk opvoeren waarbij ik er vást van overtuigd ben nu echt echt echt bijna flauw te vallen van de honger en de zestienjarige serveerster op luide toon te vragen “waarom het in vredesnaam allemaal zo vreselijk lang duurt”, om vervolgens een beetje beteuterd om me heen te kijken als blijkt dat ik nog maar tien minuten geleden besteld heb. Never a dull moment.

Wijsheid komt met de jaren; na gemiddeld vijf minuten kom ik tegenwoordig weer bij zinnen, weet ik dingen te relativeren en worden de excuses gemaakt. Ik ben er vrij zeker van dat zowel vriend als mijn vriendinnen (familie heeft immers geen keuze!) niet bij me zijn om het geld, dus daarin zal ik toch iets goed doen. Of misschien is het wel juist dat dramatische wat me zo leuk maakt; wie wil er nu niet een actrice die nooit uit haar rol valt naast zich op de bank?